020 - 6435209 | info@logopediewestwijk.nl

Bij welke problemen kunt u bij mij in de praktijk terecht? Welke kinderen kunnen profiteren van logopedische behandeling?

Taalproblemen en/of spraakproblemen 
* kinderen bij wie de taalontwikkeling niet op gang komt.
* kinderen die moeite hebben om goede zinnen te maken of een kleine woordenschat hebben,
waardoor ze niet goed hun bedoeling duidelijk kunnen maken.
* kinderen die niet to-the-point een verhaal kunnen vertellen.
* kinderen die niet goed begrijpen wat anderen bedoelen.
* kinderen die niet alle klanken goed kunnen zeggen of die binnensmonds of onduidelijk praten,
waardoor ze niet voldoende te verstaan zijn.

Bekijk de signalen van een mogelijke taalontwikkelingsstoornis (TOS): Poster Jos heeft een TOS baby’s en peuters of  Poster Heeft Jos een TOS – so leeftijd

Meer informatie over TOS is te vinden op www.allesovertos.nl

Als u twijfelt over de spraak-/taalontwikkeling van uw kind, kunt u een korte screening doen: SNEL-test

Problemen met de leesvoorwaarden of het aanvankelijk lezen
* kinderen die moeite hebben met rijmen of hakken/plakken van woorden in lettergrepen of losse
klanken. Of moeite met het herkennen van de eerste of laatse klank van een woord.
* kinderen die moeite hebben om letters te leren en te onthouden.
* kinderen die moeite hebben met de structuurverandering van woorden.
* kinderen die moeite hebben met de talige begrippen die nodig zijn bij het leren lezen en rekenen,
zoals bijvoorbeeld eerste/laatste, vooraan/achteraan, meer/minder, grootste/kleinste e.d.

Verkeerde tongpositie in rust, tijdens slikken of bij het praten
* kinderen die nog duimzuigen/speenzuigen of dat langer dan een jaar hebben gedaan.
* kinderen die door de mond ademen of vaak met de mond open zitten en de tong laag in de mond
houden.
* kinderen die met de tong tegen de tanden duwen tijdens de slik.
* kinderen die de klanken s/z/t/d/l of n met de tong tussen de tanden uitspreken (slissen).

Afwijkende mondgewoonten zorgen ervoor dat de spieren in en rondom de mond niet meer in balans zijn. Dit kan leiden tot een afwijkende ontwikkeling van het gebit.

                   

Duimen/speenzuigen is heel normaal tot het eerste levensjaar, het voorziet in de zuigbehoefte. Daarna wordt het echter een gewoonte. Door het duimen/speenzuigen wordt de tong naar beneden gedrukt, wat een lage tongligging tot gevolg heeft. Als gevolg daarvan wordt vaak geslikt met de tong laag naar voren, tegen de voortanden aan of tussen de tanden. Hierdoor kan een open- of overbeet ontstaan. En door de lage tongligging is er onvoldoende tongdruk tegen het gehemelte, waardoor een hoog gehemelte kan ontstaan. Ook dit belemmert een goede gebitsgroei.

Stemproblemen
* hese, krakerige of schorre stem.
* hoge, hoorbare spreekademing.
* veelvuldig kuchen, schrapen, veel slijm in de keel of juist droge keel.
* gevoel dat er iets in de keel zit, spanningsgevoel in de keel.
* vermoeide stem bij beroepssprekers zoals bijvoorbeeld leerkrachten.